
Met Gitarist cruisen we ieder jaar langs de 18 zalen van North Sea Jazz. In deze 2025-editie zagen we opnieuw gitaarpareltjes voorbij komen. Een reportage door Kevin Pasman, met foto's van Eric van Nieuwland.
De NPO zendt tot en met zondagavond 24 uur lang streams uit van de concerten, met Kokoroko, The Roots, Steve Coleman, Leif de Leeuw en vele anderen. Via bv Ziggo kan je ze ook terugkijken.
Grace Bowers (foto boven) spreekt al vroeg haar opluchting uit dat de (nieuwe) Congo-tent goed gevuld is; ze was bang dat er niemand zou komen, omdat het haar eerste keer in Nederland is. Overmorgen gaat ze haar tweede Nederlandse optreden doen, op Bospop. Aangezien ze nog piepjong is, zullen er nog wel meer volgen. Aan haar energie en enthousiasme zal het niet liggen: haar onbescheiden, vaak vingervlugge solo’s stuwen de songs vaak tot een hoogtepunt. Ook haar interacties met haar wat traditioneler ingestelde medegitarist Christian Crawford zijn vermakelijk en variëren van vraag-antwoordsolo’s tot dynamisch slaggitaarwerk. Ook de ritmesectie is de moeite waard. Het behendige, vloeiende basgitaarspel van Marley Striem is het perfecte cement tussen de gitaren en het economische, intentionele drumwerk van Isabella Lamberti. Vocaal moet Bowers haar draai nog vinden en het handvol punky nummers leidt af van de kwaliteiten van de band, maar de basis voor een uitstekende tourband ligt er.
Of de Leif de Leeuw Band zijn set erop aangepast heeft is nog maar de vraag, maar feit is dat het optreden uitstekend bij het programma past. Er is volop plek voor lange en buitengewoon boeiende improvisaties, waarin De Leeuws gevoel voor hoe je een solo opbouwt alle lof verdient, maar natuurlijk ook voor sterke gecomponeerde stukken, zoals de gitaarharmonieën van De Leeuw en Sem Jansen. Muzikaal doet het geheel sterk aan The Allman Brothers Band op hun meest jammy denken – en niet alleen vanwege de cover van Black Hearted Woman – maar dan compacter. De Leeuws leadgitaarsound is verrassend warm en dynamisch. Drummers Joram Bemelmans en Tim Koning zijn zich goed bewust van elkaars krachten en halen daar alle dynamische mogelijkheden uit.
LA LOM – of Los Angeles League of Musicians – is een instrumentale band met een sound die vol retro-invloeden zit, maar tegelijkertijd heel eigentijds klinkt. Voor een belangrijk deel komt dit door het gitaarwerk van Zac Sokolow. Sowieso krijgt hij alle ruimte, omdat de band een trio is, maar zodra hij Shadows-achtige surfrocklijnen speelt, of de melodieën in Zuid-Amerikaans aandoende nummers, zijn die net wat meer overstuurd dan ze in het bronmateriaal zouden zijn, wat het trio wat subtiel venijn geeft. Opvallend is ook de kit van drummer Nicholas Baker. Hij speelt een aanzienlijk deel van de set met een stok in zijn rechterhand en een blote linkerhand om de conga die in zijn set-up geïntegreerd is te bespelen. Een aanrader voor liefhebbers van instrumentale muziek met een open vizier.

Wadada Leo Smith zou oorspronkelijk een duoconcert spelen met pianist Vijay Iyer, maar toen die door ziekte niet kon, schakelde de 84-jarige trompettist in een mum van tijd Mary Halvorson in, die toch al op het festival was vanwege een optreden met het Tomeka Reid Quartet eerder op de dag. Halvorson overtuigt in een improvisatiecontext net zozeer als in een meer gecomponeerde opzet, wat het optreden bijzonder spannend en onvoorspelbaar maakte. Sowieso is Halvorson een ster in de luisteraar op het verkeerde been zetten. Ondanks de flinke hoeveelheid dissonantie en de innovatieve notenkeuzes doen haar partijen vrij traditioneel aan, tot een sound die bij vlagen aan een akoestische gitaar doet denken aan toe, maar intussen manipuleert ze de sound naar hartenlust. Ze laat zich flink gaan met pitchshiften, loopen en een tamelijk extreme delay, en ze speelt vrijwel continu met haar volumepedaal. Een indrukwekkend optreden van twee onverschrokken experimentele muzikanten.
Nusantara Beat is zo langzamerhand aan het uitgroeien tot een van de allerbeste livebands van Nederland – en niet alleen dat, hun titelloze debuutalbum dat vorig jaar uitkwam is een meesterwerk. Door hun plek op het Mississippi-podium is er best kans dat veel mensen die ze nog niet kenden blijven hangen, want de sfeer zit er goed in. Hun mix van psychedelische rock en traditionele Indonesische melodieën is inmiddels allang het “Altın Gün maar dan Indonesisch”-etiket voorbij en heeft echt volledig zijn eigen draai aan hun stijl kunnen geven. Gitarist Jordy Sanger is een meester in het vertalen van traditioneel aandoende melodieën naar bijtende gitaarlijnen vol gedempte noten en Megan de Klerk is een van de sterkste frontpersonen van Nederland. Ga deze band zien zodra je daar de kans toe hebt.
Jon Batiste is een entertainer pur sang en hij laat dan ook meteen zien waarom hij zijn plek in de grote Nile-zaal dubbel en dwars verdient. Zijn muzikale kwaliteiten staan buiten kijf, maar hij weet vooral heel goed hoe hij een potentieel ontoegankelijk genre als jazz moet inpakken om er een groot publiek mee aan te spreken. Dat is op zijn albums al het geval, maar live weet hij als geen ander hoe hij het publiek moet bespelen. En dat hoeft niet per se op het podium te gebeuren; tegen het einde van de show loopt hij met zijn hele band door het publiek. Die band bestaat dan ook uit muzikanten die net als Batiste zelf over een gigantisch muzikaal vocabulaire en een gevoel voor entertainment beschikken. Met name de ritmesectie is van grote klasse. Dumpstaphunk- en Trombone Shorty-drummer Alvin Ford Jr. en “jazzcowboy” Joe Saylor vullen elkaar uitstekend aan, terwijl meesterpercussioniste Nêgah Santos haar onmisbare swing toevoegt.
Ella Zīriņa staat vooral bekend om haar unieke lyrische gevoel voor melodie, maar in Yuri Honing’s Peace Orchestra heeft ze een heel andere functie dan op haar solo- en trioalbums, of het fantastische duoalbum ‘Dark Yellow’ dat ze onlangs met Teis Semey maakte. Bij het vredesorkest vervult ze een rol die met een gitarist in een rockband te vergelijken is: veel redelijk traditioneel slaggitaarwerk en hier en daar plek voor een solo. Dit komt deels doordat harpist Remy van Kesteren al het deel van het klankspectrum opvult waar normaal het sfeervollere gitaarwerk zit. Voor ons is het de eerste keer dat we Zīriņa met zoveel overdrive horen spelen en het smaakt naar meer. Natuurlijk is Zīriņa niet de enige topmuzikante in de band; ze speelt veel unisono met bassist Tony Overwater en op die momenten klinken ze echt monsterlijk vet. Een echte topdrummer als Yorán Vroom is natuurlijk onmisbaar in zo’n band. Hij is solide en betrouwbaar als de band dat nodig heeft, maar onvoorspelbaar en explosief genoeg om de nummers naar een hoger niveau te tillen.

Er was een tijd dat The Roots bijna ieder jaar op het Nile-podium te zien waren, maar de laatste keer was alweer acht jaar geleden. Er zijn keren geweest dat het voelde alsof de hiphopinnovators op de automatische piloot speelden, maar de band heeft er vandaag duidelijk zin in. De grooves zijn energiek en rapper Black Thought gooit daar duidelijk nog eens een schep bovenop. Waar veel bands hun nummers laten ontaarden in jamsessies, voelen de North Sea Jazz-optredens van The Roots altijd alsof het lange jams zijn waar af en toe even een stukje van een bekend nummer van de band tussendoor komt. Zolang ze zo geïnspireerd klinken als vandaag is dat absoluut geen probleem. In het blokje van gitarist Captain Kirk Douglas waarvan You Got Me de basis vormt is zoals altijd ruimte voor flarden covers – dit keer Get Up, Stand Up en Immigrant Song.
Ed Verhoeff is de laatste jaren zo gewaardeerd als gitaardocent dat je bijna zou vergeten dat hij zelf ook een fantastische gitarist is. Dat laat hij al vroeg op de tweede dag van North Sea Jazz in de Yenisei horen met zijn Ed Verhoeff 4tet. Zijn spel is buitengewoon melodieus en het is duidelijk dat hij de compositie minstens even belangrijk vindt als de plek die zijn gitaar inneemt. Misschien is dat makkelijk met de uitstekende band die hij bij zich heeft, met een glansrol voor bassist Mark Haanstra en de altijd waanzinnige drummer Yorán Vroom. Beide muzikanten die hun stempel op de muziek kunnen met keuzes die het totaalplaatje altijd ten goede komen. Ed Verhoeff 4tet had hele gelikte, jarentachtigstijl fusion kunnen zijn, maar het subtiele rauwe randje in het spel van Verhoeff zelf en het organisch klinkende piano- en toetsenwerk van Marcus Olgers wordt die valkuil gemeden.

Pas zo’n week voordat North Sea Jazz plaatsvindt wordt Fatoumata Diawara aangekondigd als vervanger van Cassandra Wilson en na wat opstartproblemen van technische aard die Diawara merkbaar uit haar concentratie halen groeit het optreden uit tot een van de beste van het weekend. Diawara’s gloednieuwe signature Epiphone SG is in ieder geval de mooiste gitaar op het hele festival. Haar begeleidingsband is waanzinnig. Ze leunt sterk op de Braziliaanse gitarist Jurdandir da Silva Santana, wiens traditionelere, doch vurige bluesy solo’s een mooi contrast vormen met Diawara’s Malinese melodieën door een psychedelisch rockfilter. In bassist Juan Finger en veelzijdig drummer en percussionist William Monkama heeft ze ook een uitstekende ritmesectie, die behendig meebeweegt met de uiterst dynamische set die Diawara neerzet. Diawara slaat effectief een brug tussen West-Afrikaanse blues en modernere pop en rock uit Europa en Noord-Amerika met een verzameling ijzersterke nummers.
In Eivind Aarset heeft de Noorse trompettist Nils Petter Molvær de perfecte gitarist gevonden voor zijn experimentele, abstracte mix van jazz, rock en elektronische muziek. Net als Molvær zelf laat Aarset zijn instrument regelmatig als een ander instrument klinken middels een flinke batterij aan effecten, al moet daarbij gezegd worden dat Aarset met twee verdiepingen effecten en een laptop wel echt de kroon spant. Anders dan veel andere gitaristen die er zo’n experimentele aanpak op na houden speelt Aarset echter partijen die ook zonder alle geluidsmanipulatie als een huis zouden staan. Eigenlijk moet hij ook wel, want op sommige nummers verzorgen hij en bassist Audun Erlien als enigen de melodische informatie in de ongebruikelijke bezetting, die verder uit DJ Strangefruit, livesampler Jan Bang en het ongelooflijk luide drumduo Per LIndvall en Rune Arnesen bestaat.
Hoewel het misschien tijd wordt dat Marcus Miller weer eens met zijn eigen werk op North Sea Jazz speelt, past zijn Miles Davis-tribute ook wel weer bij het jubileumskarakter van deze editie van het festival – en de honderdste geboorte dag van Davis. Overigens staat de set niet alleen in het teken van Davis’ werk in de jaren tachtig, want Miller vindt het belangrijk dat ook de muziek uit Davis’ verleden op het programma hoort. Zo komt ook een medley van In A Silent Way en Bitches Brew voorbij, waar Mike Sterns typerende, in chorus doordrenkte geluid misschien niet de beste sound voor is. De rest van het materiaal krijgt dan weer een fris, modern karakter door Sterns gitaarwerk en de pittige ritmes van drummer Anwar Marshall.
Hoe Bill Frisell en zijn trio, voor de gelegenheid aangevuld met saxofonist en klarinettist Greg Tardy, het voor elkaar krijgen is een raadsel, maar ze krijgen het voor elkaar om de sfeerloze congreszaal die de Madeira is te laten voelen als een kleine jazzclub en lijken daarbij zo’n beetje de enige personen in de hele ruimte die niet bevangen worden door de drukkende warmte. Voor de soundcheck was al zoveel animo dat Frisell het massaal toegestroomde publiek bij het begin van de set bedankt dat ze zijn gebleven voor de tweede akte. Deze bijzonder geïnspireerde set gaat vrijwel onafgebroken door en de introducties van nieuwe melodieën komen schijnbaar uit de lucht vallen, maar het feit dat iedereen moeiteloos meegaat laat horen dat de muzikanten gewend zijn om met elkaar te spelen. Frisell zelf is in absolute topvorm. Hij doet wat je van hem verwacht: een sound met een slechts licht vervormd randje, terwijl hij over de band heen zweeft en de melodieën uit de lucht lijkt te plukken – al verraden de harmonieën en unisonolijnen met Tardy dat er wel degelijk over nagedacht is. En toch wordt er gemusiceerd alsof het ter plekke wordt uitgevonden. Heel indrukwekkend.

Een van de bijzondere projecten ter ere van het vijftigjarig bestaan van North Sea Jazz is een samenwerking tussen Pat Metheny en Tyn Wybenga’s Brainteaser Orchestra, overigens een voorstel van Metheny zelf. Hij was onder de indruk van hun muziek en vroeg Wybenga om nieuwe arrangementen te bedenken voor zijn debuutalbum ‘Bright Size Life’, dat dit jaar toevallig ook vijftig jaar oud is. Naar verluidt heeft Metheny de bandleider gevraagd om zich niet in te houden en dat blijkt, want de melodieën zijn vaak het enige wat overeind blijft. Een klein orkest klinkt natuurlijk een stuk bombastischer dan de trioformatie van het origineel, maar het klinkt ook weer niet als een symfonische ‘Bright Size Life’. Daarvoor is Wybenga te creatief met samples en sounds. Soms is Metheny een fan op de eerste rij, bijvoorbeeld voor het onnavolgbare, maar altijd muzikale drumwerk van Jamie Peet, maar ondanks de vele muzikanten op het podium weet hij zich staande te houden met zijn cleane, soms bijna folky spel.