aanmelden
Joe Satriani over Squares
Een interview met Satch over zijn eerste band
Muzieknieuws 25-07-2019 13:15
Goed nieuws voor liefhebbers van Joe Satriani! Op vrijdag 12 juli is het album ‘Squares’ verschenen via V2 Records. Het betreft opnieuw gemixte en gemasterde demo-opnames uit de begin jaren tachtig van de gelijknamige eerste band van de meestergitarist. ‘Satch’ vertelt over zijn eerste opnameschreden met Squares en de wonderlijke terugkeer van een gestolen versterker.

door Patrick Lamberts

Squares is het onbekende en daardoor onvolprezen Amerikaanse powerpoptrio bestaande uit gitarist Joe Satriani, drummer Jeff Campitelli en zanger/bassist Andy Milton. De band combineerde elementen van Van Halen, The Ramones, Everly Brothers en new wave en was daardoor anders dan alle andere groepen. De eigenzinnige sound was een van de redenen waardoor dit avontuur niet lang stand hield. Satriani koos vervolgens - en met daverend succes - voor een solocarrière. Iedereen raakte Squares uit het oog en daardoor bleven er ongebruikte demo-opnames lang op de plank liggen. Deze zijn echter onlangs afgestoft door de toenmalige engineer en een van Satriani’s trouwe studiopartners: John Cuniberti. En zie daar: het album ‘Squares’ is een feit. Satriani vond de tijd om uitgebreid met Gitarist te praten over deze unieke opnames en bijzondere periode uit zijn muzikantencarrière.


Squares - Squares is op 12 juli 2019 uitgebracht via V2 Records


‘Ik ervaarde de eerste opnames met engineer John Cuniberti als traumatisch’
 


Hoe kijk je terug op de opnamesessies uit de jaren tachtig die nu - na zoveel jaren - eindelijk officieel worden uitgebracht?
“Het is belangrijk om te weten dat we jong en compleet onervaren waren qua studio-opnames. Drummer Jeff Campitelli kwam net van high school en was überhaupt onervaren. Zanger/bassist Andy Milton en ik hadden al wel wát opname-ervaring, maar we speelden voornamelijk in kroegen en snapten nog niet hoe een engineer die live-energie in een studio vastlegde. We kwamen aan, zetten onze spullen op en opname-engineer John Cuniberti moest ons vertellen wat wel mogelijk was en wat niet om energieke opnames te realiseren. Zo bracht hij ons ieder uur wel weer iets bij. We moesten ook continu ons muzikantschap aanpassen ten opzichte van de mogelijkheden van de opnameapparatuur. Zo leerden we van alles over studio-opnames: van het continu stemmen van de gitaar en het behandelen van een versterker in een studio tot aan het zingen van gezamenlijke harmonieën door één microfoon. Dat was hard werken. We snapten echter niet waarom ons geluid in de studio zo anders was als op het podium. Dat kwam puur door onze onervarenheid. Gelukkig had John al wel de nodige opname-ervaring opgedaan, onder andere met Dead Kennedys en een paar andere punkbands. Hij kon chaos vertalen naar opnametape. De opnames moesten vlot verlopen, want we hadden maar weinig geld. Elke nacht rolden we om vijf uur de studio uit. Een best traumatische ervaring, want geen enkele sessie gaf een goed gevoel.”

Kun je inmiddels met meer plezier naar de opnames terugluisteren?
“Absoluut! Inmiddels weet ik uit ervaring dat je enthousiasme niet kunt faken. Je kunt je techniek perfectioneren en met de technologie van tegenwoordig kun je zelfs alle foutjes in opnames wegpoetsen, maar destijds - toen we nog op twee inch sporenbanden opnamen - kon je maar weinig achteraf aanpassen en verbeteren. De magie moest je dus ter plekke in de opnameruimte opwekken en de microfoons moesten die magie vastleggen. I Love How You Love Me is een livetake van ons in studio C. We stonden opgesteld zoals tijdens onze liveshows: met z’n drieën op een rij dus. Hoewel dat nummer meer een soort geintje was, denk ik nu wel: wow, zo klonken we vroeger live in de kroegen van San Francisco! Ook in een nummer als Everybody’s Girl hoor ik een heleboel enthousiasme en toewijding terug. Er is geen enkele plug-in of knop op de computer die dat mogelijk maakt. En ik ben vooral heel blij dat John Cuniberti destijds al de geest en het talent had om dat goed vast te leggen. Hij deed alles volgens het boekje en hing echt de audiofiel uit. Alles is zelfs zo nauwkeurig door hem vastgelegd dat we jaren later alsnog toch het een en ander konden manipuleren. Godzijdank, haha!”

De liedjes bevatten elementen van rock, hardrock, pop, punk en new wave. Wat wilde jij destijds als gitarist uitstralen?
“Nadat ik in 1970 de elektrische gitaar had opgepakt als volgeling van Jimi Hendrix en al zijn kameraden in de jaren zestig en zeventig, heb ik van alles gedaan. Ik speelde bijvoorbeeld in rock- en discobands en bestudeerde klassieke muziektheorie met Lennie Tristano (beboppianist, red.). Toen ik Californië kwam en met Squares begon, had ik echter het idee om alles aan de kant te schuiven en iets totaal anders te gaan doen. Daarom hoor je bij Squares bijvoorbeeld geen wahwah in actie. Ook de tremolopook wordt nauwelijks gebruikt. Hetzelfde geldt voor distortion. Ik koos hoofdzakelijk voor delay en chorus. Daarmee probeerde ik een wall of sound te creëren waarover Andy en ik konden zingen. Een deel van me hield echter nog steeds van Ramones en Sex Pistols, en ander deel van Jimi Hendrix - en dan vooral de plaat ‘Machine Gun’ - en een deel van Led Zeppelin. Ik ben opgegroeid met Jimmy Page en Eric Clapton. Ik was dus de conflicterende gitarist die alles wilde doen. Maar om echt iets anders te doen, moest ik een krachtig statement maken. Dit betekende dat ik veel speeltechnieken links moest laten liggen. Ik wilde niet te veel solo’s opbouwen uit enkele noten. We omschreven de gitaarstijl als: schilderen met dikke kwasten, met veel kleuren en op grote doeken. Daarmee wilden we een contrast creëren tegenover de gitaristen die in die periode juist enorm gedetailleerd te werk gingen. Daarbij denk ik aan mijn goede vriend Steve Vai, Yngwie Malmsteen, Michael Schenker, Allan Holdsworth en natuurlijk Eddie Van Halen. Allemaal uitzonderlijke gitaristen die fenomenaal ‘enkele-noten-spel’ lieten horen. Ik ging heel bewust de andere kant op.”

Toch is het album niet helemaal vrij van solo’s. De gitaarsolo in Never Let It Get You Down klinkt bijvoorbeeld behoorlijk geïnspireerd door Brian May’s spel (Queen).
“Dat is zeker waar. Het is een eerbetoon aan Queen, Brian May, maar ook aan Matt Ronson en Mick Ralphs, die met David Bowie en Mott The Hoople All The Young Dudes hebben opgenomen. Ik was fan van Mott The Hoople, T.Rex en David Bowie toen ik op high school zat. Ik heb Queen in 1977 live gezien in San Francisco. Brian May was toen zeker een grote held van me. Dat is hij nog steeds. En inmiddels ook een goede vriend. Dit was het perfecte nummer om hem en enkele van mijn andere helden te eren.”

Op welke gitaren speelde je ten tijde van Squares?
“Ik assembleerde onderdelen van diverse bedrijven die losse gitaaronderdelen aanboden tot mijn eigen gitaren. Een van die bedrijven was Boogie Bodies!. Ik bestelde een zwarte esdoorn Stratocaster body en een ESP boat neck fifties Fender-achtige hals met een ebben toets - heel ongebruikelijk. De lokale gitaartechnici Gary Brawer en Leo Knapp hadden verschillende elementenconfiguraties voor me bedacht. Uiteindelijk speelde ik vooral met twee humbuckers. Volgens mij enkele van de allereerste Seymour Duncan elementen: een JB in de brugpositie en een ’59 in de hals-positie. Ik heb de gitaar nog steeds en gebruik hem op elk album, minstens op één nummer. Het is een heel zware gitaar qua gewicht, maar het geluid bevat maar weinig low end. Hierdoor kan ik de low end op mijn versterker juist helemaal open gooien waardoor je een ander soort bassige toon krijgt dan anders. Zeker in combinatie met een gitaar met veel mid range krijg je zo een heel eigen sonisch effect.”

Is je bekende song Satch Boogie toevallig vernoemd naar de body van Boogie Bodies!?
“Nee, want dat verhaal gaat terug tot mijn veertiende. Ik speelde in de high school band, met jongens die ouder waren dan ik. Soms kreeg ik les van de sologitarist. Ik liet hem dan vaak riffs en stukken van nummers horen die ik had geschreven. Hij zei dat ik zoveel ideeën had dat hij ze zou benoemen als Satch Boogie 1, Satch Boogie 2, Satch Boogie 3, et cetera. Om mijn ideeën te kunnen indexeren. Toen ik het nummer Satch Boogie begon te schrijven voor ‘Surfing With The Alien’, dacht ik terug aan die periode en dacht ik: nu maak ik het definitieve Satch Boogie-nummer.”

Leuke anekdote! Welke gitaren gebruikte je nog meer voor Squares?
“Ik had nog een door mezelf samengestelde gitaar. Ik weet het niet zeker meer, maar het zou best zo kunnen zijn dat deze uit alleen maar ESP-onderdelen bestond. Ik gaf les in een vintage gitaarwinkel. De eigenaar had connecties met diverse Japanse fabrikanten die in die periode opkwamen. Hij ging daar regelmatig op bezoek en nam dan onderdelen mee. Onder meer van ESP. Ik kon die onderdelen tegen een fikse korting krijgen. Langzaam maar zeker stelde ik ook die tweede gitaar samen. Er waren genoeg luthiers in de buurt, dus ik liet nog een soort Strat maken. Maar dan met een meer jarenzestiggevoel. De body was van elzenhout met een Ferrari rode finish van een lokale kunstenaar. Wederom met Seymour Duncan elementen, maar deze keer met een Custom en een Custom Custom. De gitaar heeft nooit intens genoeg geklonken. Het was echt mijn nummer 2. Hij had wel veel interessante opties, zoals een vijfwegschakelaar waarmee ik een meer Strat-achtig geluid kon creëren. Dat werkte goed bij enkele nummers, maar de rode gitaar kon niet tippen aan mijn zwarte.”

Waaruit bestond je versterkersetup?
“Ik was de enige in Squares die akkoorden speelde en wilde dus een volle sound. Voor optredens gebruikte ik twee Marshall 100 watt stacks, de ene met een ’69 Marshall top en de andere met een 1978 Marshall MKII Master Lead, de eerste 100 watt top met twee Master Volume inputs. Die werden gevoed door een stereo CB 1 Chorus Box die op zijn beurt naar twee losse Echoplex tape delays werd doorgelust. Er ging dus een flink delay/chorus-geluid door die twee verschillende Marshall head stacks heen, aangevuld met een minimale hoeveelheid distortion. Voor de studio-opnames haalde ik de delay uit de lus. En soms gebruikten we maar één van de Marshall stacks. Maar we gingen altijd voor een vol geluid. Niet bepaald de sound die je zou gebruiken om iemand als Michael Schenker of Brian May mee te simuleren. Maar bij Squares was het gepast. Mag ik je nog een grappig verhaal vertellen over de ’69 top?”

Ga vooral je gang!
“Die ’69 top is in 1984 uit onze oefenruimte gestolen. Afschuwelijk. Ze waren dwars door een muur van het gebouw heen geramd en wisten precies waar onze spullen stonden opgeslagen. Zo’n tien jaar geleden was ik tijdens een tournee in Oregon. Tijdens de meet and greet was er een Squares-fan, genaamd Greg Montgomery, die me foto’s liet zien van een versterker. Hij zei dat hij al mijn gear had bestudeerd en dat hij via een vriend deze versterker had bemachtigd, omdat hij een versterker zocht die ongeveer zo klonk als mijn Squares’ versterkergeluid. Hij nam die Marshall top, die helemaal oranje was geschilderd, over. Tijdens het restaureren, specifiek tijdens het weghalen van de oranje verf, zag hij tot zijn grote verbazing mijn aantekening op de versterker staan! Ik had er namelijk ‘Squares #6’ op gezet. Het bleek dus mijn oude gejatte Squares versterker te zijn! Ongelooflijk niet?! Later heb ik de versterker van Greg gekregen. Ruim twee decennia later! Ik heb hem zelfs weer gebruikt voor mijn twee nieuwste soloplaten ‘Shockwave Supernova’ en ‘What Happens Next’. Ik heb Greg een gitaar cadeau gedaan, want het was alleraardigst van ’m dat hij de versterker bij me heeft teruggebracht.”

Geweldig verhaal! Weer iets heel anders: na het avontuur met Squares heb je een solocarrière opgebouwd waar drummer Jeff Campitelli je heel lang heeft bijgestaan. Hebben jullie ook altijd contact gehouden met bassist/zanger Andy Milton, die helaas in 1999 is overleden?
“Niet echt. John, Jeff en ik zijn in de Bay Area gebleven. Andy verhuisde echter naar elders. We hebben hem nog wel een paar keer gezien tijdens een tournee. De laatste twee keer in Phoenix, Arizona en ergens in Texas - daar is zijn vrouw actief in de horeca. In 1999 is hij inderdaad overleden. We hebben nooit meer samen kunnen komen. Ik denk dat dit project daarom ook zo lang heeft stilgelegen, want nadat Andy was overleden voelde we er ons vooral erg verdrietig bij en we wisten niet precies wat we ermee aan moesten. Nu ik wat ouder ben, lukt het beter om erop terug te kijken als jonge kinderen die hun uiterste best deden om er samen wat van te maken. Vooral dankzij de inzet van John, die er echt zijn ziel en zaligheid in heeft gestort, is het een heel mooie herinnering geworden. Eentje ter nagedachtenis aan Andy.”


Andy Milton overleed in 1999

Wil je tot slot nog iets kwijt over het album?
“Squares is echt een gezamenlijk project geweest. Ik ben met mijn voormalige zwager Neil Sheehan opgegroeid in Long Island en later in Californië en we hebben veel samen in bands gespeeld. Het was zijn idee om de band te starten. Wij hebben Jeff en Andy in lokale kroegen opgespoord en eigenlijk was Squares dus echt de band van ons vieren. Neil was de oudste en had meer een soort sturende rol. Ook schreef hij de songteksten. Dat mag niet ongenoemd blijven.”


VLNR: Jeff Campitelli (drums), Neil Sheehan (songteksten), Joe Satriani (gitaar/zang) en Andy Milton (zang/bas)

Gekke bandnaam, eigenlijk wel. Squares betekent ‘vierkanten’, maar een ‘square’ kan ook een ‘oubollige sul’ of iets dergelijks betekenen, in dit geval dus ‘oubollige sullen’. Meervoud. Vanwaar deze keuze?
“We waren al een band voordat we een bandnaam hadden. Op den duur zetten we al onze ideeën op een groot krijtbord. Ik wou dat ik er een foto van had... We wilden in elk geval de typische bandnamen van de jaren zeventig vermijden. We begonnen in 1979, maar bij ons in de San Francisco Bay Area was het destijds gebruikelijk om tegen de norm in te gaan. Veel bands gebruikten het woord ‘The’ in hun bandnaam, zoals The Cars en The Police. Wij elimineerden het woord ‘The’ en kozen een woord dat totaal onhip was. Puur om aandacht te trekken. Daarnaast wilden we een naam die ons als band representeerde, want we hadden niet een traditionele frontman die de show stal. ‘Square’ is een term uit de jaren vijftig die beatniks gebruikten om een conservatieve, normale en onhippe persoon te omschrijven. Wij vonden het grappig dat we juist bewust die naam kozen. Maar we waren dan ook niet te vergelijken met Sex Pistols, Van Halen, Black Sabbath, ZZ Top of Fleetwood Mac. Allemaal bands die in die tijd heel populair waren. Wij klonken totaal anders. Squares begon eind jaren zeventig, een tijd van r&b, Motown, disco, metal, country en reggae. Wij gingen totaal niet met die trends mee. Ik was in eerste instantie niet heel blij met de bandnaam. Die opende wel deuren qua vormgeving, omdat ‘square’ inderdaad ook ‘vierkant’ betekent. Op den duur liepen we er al zo lang mee rond dat het te laat was om de bandnaam nog aan te passen, haha.”

Wat staat er voor jou de komende tijd allemaal op het programma?
“Ik zit in de afrondende fase van de schrijfsessies voor een nieuw soloalbum. De opnames daarvan zullen eind augustus plaatsvinden in Zuid-Californië met drummer Kenny Aronoff, bassist Chris Chaney en producer/engineer Jim Scott. Het belooft weer een set anders klinkende nummers te worden met voor mij een nieuwe sonische benadering. Daar ben ik heel enthousiast over. Daarnaast heb ik de tijd gevonden om nieuwe muziek te schrijven met Kenny Aronoff en Doug Pinnick. Ik doe met hen in oktober ook een tweede tournee onder de noemer Experience Hendrix Tour 2019, aan de Amerikaanse westkust. Daarnaast ben ik met SceneFour, een kunstenaarscollectief uit Los Angeles, aan het samenwerken. Ik schilder over canvasdoeken met afbeeldingen die zij hebben gegenereerd door op een heel bijzondere manier licht te vangen. Weer een heel andere creatieve uitlaatklep voor mij. Tot slot krijgt mijn Crystal Planet sciencefictionstripverhaal binnenkort zijn debuut in Heavy Metal magazine, dat ook wel in Europa verkrijgbaar is. Brendon Small, wellicht bekend van de heavy-metal-animatieserie Metalocalypse, en ik hebben er de afgelopen vier jaar achter de schermen hard aan gewerkt.”

tekst: Patrick Lamberts