
Peter Tiehuis geeft op 21 november een workshop tijdens Amsterdam Guitar Heaven. Zo’n workshop staat of valt met de vragen die de zaal stelt, aldus de vermaarde gitarist. We spraken met hem over het fenomeen workshop, over ouder worden als gitarist op topsportniveau en over de techneut die na meer dan 25 jaar Metropole Orkest weer de soldeerbout en computerprintjes uit de kast trekt.
Tekst: Niels Guns
Peter Tiehuis (Almelo, 1956) heeft een redelijk uitgesproken opvatting over het fenomeen workshop. In een interview dat hij een paar jaar geleden deed met NTB, de vakbond voor musici, zei hij dat hij leerlingen in twee categorieën kon opdelen: de gitaristen die je eigenlijk niets hoeft te vertellen. En degenen aan wie je het toch niet echt kunt uitleggen. Nee, dat is niet een tikje fatalistisch, nuanceert Tiehuis die uitspraak. “Ik doelde daarmee meer op lesgeven in het algemeen. De goede leerlingen gaan vanzelf, heb ik als docent gezien.”
Richard Hallebeek was volgens Tiehuis zo’n student die extreem leergierig was. “Hij kwam altijd de les binnenlopen met een walkman. Daarmee nam hij de hele les op, omdat hij alles thuis nog helemaal ging napluizen.” Hallebeek was volgens Tiehuis ook een student die met interessante vragen wist te komen. “Hij vroeg bijvoorbeeld een keer: hoe speel je een blues in je eentje? Goh, daar had ik zelf eigenlijk nooit echt over nagedacht. Hij zette me met die vraag goed aan het werk”, blikt Tiehuis lachend terug. “Als docent heb ik ook veel van het lesgeven kunnen leren. Zeker als leerlingen met goede vragen komen. Uiteindelijk is dat het beste als je echt verder wilt komen: je moet vooral je eigen vragen bedenken.”
Precies daar zit voor hem de kern van de workshop als vorm. Het gaat om het creëren van de juiste vragen, en dat is nadrukkelijk een wisselwerking. Tiehuis kent ook de andere variant van hoe zo’n masterclass kan uitpakken. “Soms zitten ze allemaal een beetje achterover met de armen over elkaar, zo van: nou, zeg het dan maar. Maar zo gaan we het tijdens Amsterdam Guitar Heaven toch hopelijk niet doen.”
Overgaauw en de gemiste privéles
Tiehuis studeerde klassiek gitaar aan het Twents Conservatorium in Enschede en volgde daarna de jazzopleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, bij Peter Nieuwerf. Workshops zoals we die nu kennen, herinnert hij zich uit die tijd niet. “Dat bestond gewoon nog niet echt.” Wel had hij een paar keer groepsles van Wim Overgaauw, de jazzgitarist die ook Jesse van Ruller onder zijn hoede had op het Hilversums Conservatorium. “Ik ben een keer of vier naar zo’n groepsles geweest.” Toen Tiehuis daarna om privéles vroeg, was Overgaauw daar net mee gestopt. “Dat vond ik heel erg jammer. Ik had eigenlijk veel meer les van Wim gehad willen hebben. Hij was echt een heel bijzondere gitarist.”
Peter Tiehuis, foto Tom Beek
Topsport, en wat er daarna komt
Tiehuis was sinds 1996 vaste gitarist van het Metropole Orkest. In 2023 ging hij officieel met pensioen, maar hij staat nog steeds op de invallerslijst bij het orkest. Zodoende speelde hij onlangs nog met bijvoorbeeld Cory Wong en Dweezil Zappa. Studeren op de gitaar is er sinds dat pensioen zeker niet minder op geworden. “Eigenlijk focus ik me altijd op wat ik goed kan, wat goed voelt. Maar dat verandert de laatste tijd. Fysiek wordt het allemaal wel wat minder.” Tiehuis doelt op artrose. Die uitte zich aanvankelijk in zijn linkerhand, maar inmiddels zit het probleem nu vooral in zijn rechterhand. Daarnaast merkt hij dat de coördinatie minder scherp is geworden. “Als je bij een dergelijk orkest speelt, heb je te maken met hele precieze processen bijvoorbeeld qua timing. Om het level bij te benen kost me nu veel meer voorbereidingstijd. Daarbij komt ook nog de ontwikkeling in ingewikkelde muziekstijlen. En dan zijn repetitietijden voor concerten en opnames ook nog eens korter door de bezuinigingen.”
Spelen bij het Metropole Orkest is topsport. Het brengt een groot verantwoordelijkheidsgevoel met zich mee, zegt Tiehuis. “Als je de noten dan net niet op het juiste moment raakt, wordt het rommelig en breng je anderen in de war. Je bent zo met elkaar verbonden, dat voel je aan elkaar. Dus ik heb me regelmatig kapot moeten studeren om beslagen ten ijs te komen. Ik merk dat ik selectiever word in welk project ik nog aanneem.”
“Tja, het is toch mooi klote, dat ouder worden”, vervolgt Tiehuis. “Op een gegeven moment gaat de onzekerheid die daarmee gepaard gaat ook tussen je oren zitten.” Desalniettemin, wie Tiehuis tegenwoordig nog ziet spelen, ziet nog altijd een gitarist die van wanten weet. Zijn ambitie is daarbij onveranderd: “Ik wil gewoon spelen totdat ik erbij neerval.”
Vai, Keneally, Scofield en Wong
Dertig jaar orkestwerk leverde ook samenwerkingen op met een lange rij topgitaristen. Neem bijvoorbeeld Steve Vai, met wie hij verschillende keren samenwerkte. Vai gunde Tiehuis ook solo’s in de orkeststukken die hij maakte en kwam met een groot compliment. “You sound much better than I do”, liet de Amerikaan zich ontvallen.
De waardering was wederzijds. Vai imponeerde Tiehuis vooral fysiek. “Zijn uithoudingsvermogen is ongelofelijk. Als je het hebt over topsport: Steve Vai is een atleet.” Toch was Vai’s muziek niet helemaal Tiehuis’ pakkie-an. “Ik was nooit fan van veel tappen. Maar door met Vai samen te werken ontdekte ik de kunst in zijn muziek. Indrukwekkende partituren ook, het ziet er soms uit als modern klassieke muziek. Ik herinner me één maat die zowat over een hele pagina was uitgeschreven. Heel snel, en dan moest er ook nog hier en daar een flageolet in, met plectrum en duim. Minutieus uitgeschreven. Ik was weken bezig om uit te pluizen wat er in de partijen stond, maar alles klopte.”
Ook over Mike Keneally, net als Steve Vai een telg uit de grote muzikale boom die Frank Zappa optuigde, spreekt Tiehuis in soortgelijke bewoordingen: “Keneally bracht een absurde fantasie in zijn muziek. Het lijkt allemaal willekeurig, maar dat is het allerminst. Ik zou het in ieder geval nooit kunnen bedenken.”
In die lange lijst gitaristen zitten natuurlijk ook lievelingen van Tiehuis, zoals John Scofield. Iemand met wie hij direct goed contact had. “Hij was altijd heel erg toegankelijk.” Een meer moderne gitaarheld als Cory Wong, die ondertussen ook al verschillende keren met het Metropole Orkest werkte, bracht Tiehuis terug bij zijn eigen roots. “Wat Wong doet is eigenlijk niet baanbrekend nieuw, het is juist retro. Maar hij is heel virtuoos als ritmespeler, en zo exact, ook op hoge tempi. Ik kan het net bijbenen”, zegt Tiehuis lachend. Funk, benadrukt de gitarist, is de stijl waarin Tiehuis zelf wortel heeft geschoten.
Printjes, pedalen en 1897 ideeën
Pas kort voor zijn officiële pensioen kwam Tiehuis met zijn eerste soloalbum ‘Heart in Mind’ (2021). Componeren is hem nooit makkelijk afgegaan, vertelt de gitarist. Het is in zijn geval meer een proces van verzamelen van ideeën, kladopnames en schetsen. Inmiddels heeft hij er zo'n 1897 opgeslagen. “Paul McCartney werkt precies omgekeerd: als je een idee hebt, maak je het wat hem betreft meteen helemaal af.” Tiehuis lacht erom en geeft het toe: “Bij mij is het eerder uitstel van executie. Op een gegeven moment moet je toch een keuze maken en aan de slag.”
De afgelopen maanden richtte Tiehuis zich naast spelen vooral ook op andere aspecten van het gitaristschap. Tiehuis is van huis uit een techneut, vertelt hij. “Ik begon ooit mede met gitaarspelen omdat er knoppen aan dat ding zaten. Als jongen sleutelde ik daar graag aan.” Een aantal jaren lang was dat technische gesleutel ietwat naar de achtergrond gedrukt door zijn veeleisende agenda. “Toen ik weer begon met rommelen, voelde ik me eigenlijk een stuk beter. En het wakkert het enthousiasme voor het spelen alleen maar aan.”
Op dit moment werkt Tiehuis aan een MIDI-voetpedaal op basis van Arduino. Dat zijn kleine, programmeerbare computerprintjes. Hij maakt het pedaal als uitbreiding op zijn Kemper Player, die zelf maar drie voetschakelaars heeft. Het pedaal van Tiehuis heeft er zes, met RGB-ledjes en gestapelde layers, zodat hij niet alleen programma’s kan oproepen maar ook blokken kan aan- en uitzetten en door de rest van het apparaat kan navigeren. De besturing moet in C geschreven worden, de programmeertaal waarin dat soort printjes wordt aangestuurd. Vroeger puzzelde hij daar avonden op, nu doet hij het met AI erbij, en het resultaat bevalt hem uitstekend: “Het werkt ongelooflijk goed.” Hij zou het misschien zo op de markt kunnen brengen, zegt hij, “maar daar doe ik het niet voor.”
Ook dit proces kent overeenkomsten met gitaarspelen, ziet Tiehuis: het denken in protocollen, problemen herkennen en vervolgens aan de slag gaan met de oplossing.
“We gaan zien wat voor vragen er komen bij de workshop, net als bij improvisatie onderzoeken we samen. Ik ben benieuwd.”
Peter Tiehuis geeft een workshop tijdens Amsterdam Guitar Heaven, zaterdag 21 november 2026, Q-Factory Amsterdam.