Julian Lage 9 mei in Utrecht, 10 mei in Luik, 13 mei in Eindhoven

Interview over zijn nieuwe album 'Scenes From Above'

Muzieknieuws 27-04-2026 22:05

Op zijn nieuwe album Scenes from Above werkt Lage samen met zijn droomband: Jorge Roeder op bas, Kenny Wollesen op drums en John Medeski (van Medeski Martin & Wood) op keyboards. Met die band komt hij naar Nederland voor een korte tour.

Zaterdag 9 mei, TivoliVredenburg, Grote Zaal - Tickets

Zondag 10 mei, Jazz à Liège, Trocadero, Luik - Uitverkocht

Woensdag 13 mei, Muziekgebouw Eindhoven, Hertog Jan Zaal - Tickets

 

Steven Faber sprak onlangs met Julian Lage voor Gitarist. Lees het hele interview in Gitarist 419, februari 2026

Julian Lage op zoek naar de emotie in muziek

'Scenes From Above' is het nieuwe album van jazzgitarist Julian Lage. We spraken met hem over de band, de songs, vrije improvisaties en Marshall 4x12 kasten.

tekst Steven Faber

De immer productieve Julian Lage bracht 23 januari zijn vijfde album uit sinds hij bij het legendarische Blue Note label zit. De afgelopen jaren toerde hij uitgebreid met zijn trio en solo akoestisch, maar 'Scenes From Above' laat een andere kant horen van deze sympathieke Amerikaanse jazzgitarist, die van bandlid. En die band bestaat verder uit toetsenist John Medeski, bassist Jorge Roeder en drummer Kenny Wollesen.

"Op mijn vorige albums had ik meestal de rol van solist. Bij mijn trio, maar ook bij mijn laatste album 'Speak to Me', waar wel piano en saxofoon werden toegevoegd, maar meer om het geheel op te vullen. Dit keer was het kwartet als geheel het uitgangspunt. Het ging niet zozeer om mij, maar de vraag was: 'Hoe klinkt het als de muziek speciaal is geschreven voor de bezetting van piano of orgel, gitaar, bas en drums? En hoe klinkt het als die muzikanten dan ook nog eens allemaal in de eerste plaats improvisatoren zijn?' Dus in veel opzichten is dit het tegenovergestelde van mijn vorige album."


'Opal' is de titel van het eerste nummer op het album. Een sfeervolle opener en wonderbaarlijk genoeg klinkt er geen enkele solo. Julian vertelt dat dit een bewuste keuze is geweest en dat er live wel ruimte is om hier toch naar uit te bouwen als de improvisatie daar naar neigt.


Spontaan componeren

Wie Julian live heeft zien spelen, weet dat hij een groot improvisator is. Hij stuurt met gemak zijn trio verschillende richtingen uit qua dynamiek en groove, maar kan ook solo een improvisatie neerzetten met een grote spanningsboog en een structuur die ter plekke ontstaat. Een mooi voorbeeld daarvan is het intro van de jazzstandard I'll Be Seeing You van zijn album 'Live In Los Angeles'. Maar hoe ontstaat zoiets en waar richt hij zich op als hij aan 't spelen is?

"Weet je, ik zou niet kunnen zeggen waar ik op zo'n moment aan denk. Maar er is wel een traditie van spelen op die manier. Paul Bley, Keith Jarrett, John Abercrombie en Bill Frisell zijn mensen die dat heel mooi kunnen. Het idee is om spontaan te componeren, dus er gebeurt van alles, ook harmonisch. Maar het is wel iets wat je kan trainen en ontwikkelen. Mijn docent Mick Goodrick liet ons bijvoorbeeld een improvisatie van één minuut spelen, of twee of drie minuten. Je probeert dan een afgerond geheel te maken gebaseerd op chronologische tijd, een beetje zoals het maken van filmmuziek. Dan denk je: 'Oké, ik speel nu zo lang, ik ben hier en ik moet daar naartoe.'  Er zijn denk ik strategieën om dat te doen, al is het niet voor iedereen."

Het album opent verrassend met het sfeervolle en open klinkende Opal, dat een steady groove heeft en geen enkele solo.

"Ik denk dat opnames anders zijn dan een live optreden. Je vertelt een ander verhaal en betrekt mensen op een andere manier bij de muziek. We hadden hier de voorkeur om niet iedereen in elk nummer solist te laten zijn en Opal heeft zelfs helemaal geen solo's. Dat is ook niet nodig. We hebben het geprobeerd, maar het was goed zonder. Ik denk dat het een kwestie is van orkestratie en arrangement. Dat gezegd hebbende, denk ik dat deze nummers zich heel goed lenen om live opengebroken en uitgebouwd te worden."
Op Opal is gelijk een grote rol weggelegd voor John Medeski, die prachtige klanken uit zijn Hammond en piano haalt.
"Meestal wordt er gedacht dat piano en gitaar niet goed samengaan, maar zelf hou ik er erg van. Ik denk dat ze elkaar goed aanvullen. En Medeski is niet zomaar iemand. Hij is een meester en hoort alles. En hij maakt onorthodoxe keuzes in zijn spel en mijn ervaring is dat hij je echt ondersteunt. Hij is gewoon heel cool."

 

Volksmuziek

De muziek van Lage (spreek uit: laasje) heeft een unieke eigen klank, die veel breder is dan bebop. Zoals de generatie jazzgitaristen van Mike Stern en John Scofield rock en funk meebrachten in de jazz die ze speelden, hoor je bij Lage invloeden van folktradities en klassieke muziek.

"Voor mijn gevoel is er een rechtstreeks verband tussen de manier waarop ik zowel akoestisch als elektrisch speel en de tradities van klassiek gitaar en luit. En jazz is ook verbonden met de folktraditie en de gitaar al helemaal. Als je een eenvoudige majeur drieklank speelt, klinkt dat al als folk, ook al is het onderdeel van iets veel moderners."

Zo is hij ook geïnteresseerd in hoe Oost-Europese componisten als Béla Bartók elementen uit traditionele volksmuziek verwerkten in moderne composities.

"Maar nog belangrijker dan de compositie is de emotie, de heartache die ik in sommige van die muzieksoorten hoor. Het is vreugdevol, maar er zit ook een bepaald verlangen in. Dat gaat ook op voor Griekse en Joodse muziek waar ik veel mee in aanraking ben geweest. Ze zijn niet majeur of mineur, maar hebben een emotie die verder gaat dan de harmonie. Dat is iets wat me erg trekt, of het me nou lukt om dat ook te bereiken of niet.

"Met deze bezetting, vooral met orgel erbij, ga je traditioneel gezien al snel de kant van funk op, maar ik wilde nadrukkelijk iets zoeken dat meer poëtisch is en een andere emotionele lading heeft. Die invloeden brengen ons daar dichter bij. En om dat dan te combineren met een bluesrock bezetting, dan krijg je iets wat anders is."

Als je op die manier naar het album luistert lijk Something More, het laatste nummer van het album, dat gevoel van verlangen in zich te hebben.

"Dat is iets waar ik al lang over nadenk. Ik kan niet zeggen waar het nummer over gaat, gewoon omdat ik zo niet over songs denk, maar toen ik het weken na de opnames terug hoorde, dacht ik: 'Wow, dat heeft iets waarvan ik me niet bewust was.' Dus al wist ik toen niet wat er gaande was, ik hou wel erg van die song."

Een heel andere sfeer hoor je in Havens (een verwijzing naar Richie Havens) dat riffs en gedempte akkoorden combineert met percussie.

"Het is een van de weinige songs op het album met de combinatie van akoestische gitaar en orgel, wat ik cool vind. En met de bongo's en conga's heeft het die sfeer van de sixties en Woodstock. Het heeft echt een drive en is heel stuwend, dat vind ik er vooral opwindend aan.

"Ik speel daar op een Gibson uit 1932, sommigen noemen het een L-0 en anderen een L-00, maar hij heeft dertien frets tot de body, een ongebruikelijke gitaar. Hij is van mijn vrouw Margaret, zij speelt er meestal op, maar ik heb 'm voor deze sessie gebruikt."

 

Marshall en Les Paul

In de video's die zijn verschenen van enkele songs van het album zien we Julian op een Gibson ES-225 spelen, maar die is voor de opnames van het album niet gebruikt.

"Nee, die kreeg ik pas later, wat je op het album hoort is een Les Paul. Het is er zo een van Nacho Guitars uit Spanje, die ook de Telecasters maakt die ik bespeel. Het was eigenlijk de bedoeling om andere gitaren te gebruiken, maar de studio had zoveel last van storende frequenties, dat ik een gitaar met humbuckers moest gebruiken om ermee te kunnen dealen. Eerlijk gezegd is dit de eerste keer dat ik een Les Paul heb gebruikt voor opnames, maar we hebben het wel gere-amped om de klank te krijgen die ik zocht. Dat deden we met een Benson versterker uit de jaren zestig die gemaakt is voor Howard Roberts en een Marshall 4x12 kast met een gemodificeerde Bassman top. Die combinatie werkte goed om de Les Paul wat dunner te maken en 'm tegelijk krachtig te laten klinken met een wat oudere sound. Dat was wel nodig, want hij klonk te dik voor mij."

Lees het hele interview in Gitarist 419, februari 2026

julianlage.com
@jlage

 

zoeken
zoeken